I’m gonna sing this song with all of my friends
and we’re I’m from Barcelona
Love is a feeling that we don’t understand
but we’re gonna give it to ya
Een wilde baard met blokhuthemdje, een madam met foute bril, een hoop volk, papiersnippers, rode ballonnen, tatata tatatataaa, tatataaa from Barcelona… allesaanmekaarschrijven.
Canadees Fred Muram is begiftigd met de gave om waardevolle ontdekkingen te doen. Naar eigen zeggen is hij nooit gehinderd door regels, noch gevaar. Het mooie aan zijn werk is dat hij niet vies is van een overdosis surrealisme, zijn beelden laten voldoende vragen achter om ze interessant te houden. En dat maakt een goede foto tot een blijver.
Waarom zou je nog een tweede keer kijken anders?
Echt genieten is het van zijn serie Kissing the ceiling waar hij de personages plafonds laat kussen.
Let ook op de kleine details, de subtiele blik van Johnny Cash die vanuit een poster het gebeuren lijkt gade te slaan, een paar giraffesloffen of de ongeïnteresseerde echtgenoot met krant.
Eigenlijk is het meelijwekkend – of het is de sleur zelf, of wordt het ontsnappen eraan, maar tragisch is het zeker.
Ons leven is het opbranden van alle bruikbare dingen die we opbouwden of kregen, geleidelijk, het hooi sparend of snel, waar het besef dat er nog zoveel te doen valt een missie wordt. Alle groezeligheden die op het einde nog overblijven gaan met kist en al de oven in, of linea recta naar de hel via de sluis voor de vuile was. Want branden zullen we. Tot alles verdwijnt, tot er een klein hoopje overschiet waarvan de nuttigheid hooguit een plant of boom kan bekoren.
Berusten in de sleur is een onmogelijkheid, soms overweeg ik gewoon dom te worden, te versimpelen. Net genoeg om te mee te draaien en ‘Thuis’ of ‘Familie’ te begrijpen en daarenboven een perfecte grasmat te onderhouden. Het leven als het slikken van hapklare feiten en dingen, ondergaan als de kat die de hele dag ligt te dromen van de vogel in de tuin.
Dan rest de opdracht om er meer van te maken, en het geluk wanneer het soms wonderbaarlijk slaagt. Al fikt het allemaal wat harder, het stinkt nog niet mateloos en de walm valt ook best mee. Met de nodige tragiek natuurlijk.
De Amerikaan Mark Jenkins maakt straatkunstwerken met kleefband, of kleedt ze en zet ze op plaatsen waar je ze niet verwacht (in een vuilbak, met het hoofd in een muur, als rappers in het metro-station, als bedelaars) en filmt dan de reacties van de argeloze voorbijgangers. Baby’s werden in zijn ‘ooievaar’ project doorheen de stad gedropt en parkeermeters werden als lolly’s vermomd.
Als je braaf bent, kan je ook nog een cursus kleefkunstenaar bij hem volgen.
Noem het een zachte vorm van graffiti, een pluizige kleurterreur of een warme omhelzing van saaie straatobjecten.
Vanuit Houston in de Verenigde Staten begon een aantal gefrustreerde breiers aan een softe guerrillaoorlog tegen de lelijkheid van de stad en slaagde erin de wereld weer een beetje toegankelijker te maken. Knitta is ondertussen uitgegroeid tot een wereldwijd netwerk van brei-taggers van alle leeftijden.
Volgende keer opletten dus als oma gniffelend kleurige sjaals zit te breien want ongetwijfeld is zij de lokale knitta-queen. Yo, respect!
De laatste paar concerten deden me terugdenken aan de droppings uit mijn kindertijd. ’s Nachts met de zaklamp tussen de donkere bomen laveren, ons voelend als Livingstone, op weg naar het Bangweulu-meer in het Afrikaanse oerwoud.
Als fotograaf leef je van licht, een gegeven dat je zelf niet altijd onder controle hebt, en waarop je moet wachten, soms minutenlang, om dan uiteindelijk meedogenloos toe te slaan.
Het concert van Warren Suicide was een prelude van soberheid. De spots waren op vraag van de band ingesteld op eco-levels, er bewoog veel op verkeerde plekken en weinig op de juiste.
Op zo’n concert ga je niet voor de haarscherpe beelden (dat mag trouwens nooit het opzet zijn), maar voor de sfeer, voor het basic ’schrijven met licht’. En natuurlijk kan je dankbaar gebruik maken van de lichtvlekken van de lens, die als paddenstoelen verschijnen in een fractaals patroon.
Eigenlijk een wonder dat Marco Haas (alias T.Raumschmiere) nog op zijn benen kon staan na 5 vaten Cristal Alken, maar een microfoonstandaard is qua steun als een boom bij een westerstorm. Het merendeel van toehoorders kwam uiteraard om Monster Truck Driver te horen, maar om de toon te zetten passeerde er eerst al wat (schoon) vrouwelijk volk. “Een riem, een riem, mijn koninkrijk voor een riem”, dacht ik bij de momenten dat de spaarpot duidelijk om kleingeld vroeg, maar de verdoving bij T. was al ingezet.
Moe, hard gewerkt en boos op een onafhankelijk weekblad voor tv en radio, dat er weeral in geslaagd is een foto te publiceren zonder de credits van de fotograaf te vermelden (shame on you).
Maar dit wil ik jullie toch niet onthouden:
The Pigeon Detectives gisteren in MOD in de Stad H. Grrrrr.