Plafondkussers

Kissing The Ceiling (c) Fred Murham

Kissing The Ceiling (c) Fred Murham

Canadees Fred Muram is begiftigd met de gave om waardevolle ontdekkingen te doen. Naar eigen zeggen is hij nooit gehinderd door regels, noch gevaar. Het mooie aan zijn werk is dat hij niet vies is van een overdosis surrealisme, zijn beelden laten voldoende vragen achter om ze interessant te houden. En dat maakt een goede foto tot een blijver.
Waarom zou je nog een tweede keer kijken anders?
Echt genieten is het van zijn serie Kissing the ceiling waar hij de personages plafonds laat kussen.
Let ook op de kleine details, de subtiele blik van Johnny Cash die vanuit een poster het gebeuren lijkt gade te slaan, een paar giraffesloffen of de ongeïnteresseerde echtgenoot met krant.

Tragiek

(c) razziphoto.com

(c) razziphoto.com

Eigenlijk is het meelijwekkend – of het is de sleur zelf, of wordt het ontsnappen eraan, maar tragisch is het zeker.
Ons leven is het opbranden van alle bruikbare dingen die we opbouwden of kregen, geleidelijk, het hooi sparend of snel, waar het besef dat er nog zoveel te doen valt een missie wordt. Alle groezeligheden die op het einde nog overblijven gaan met kist en al de oven in, of linea recta naar de hel via de sluis voor de vuile was. Want branden zullen we. Tot alles verdwijnt, tot er een klein hoopje overschiet waarvan de nuttigheid hooguit een plant of boom kan bekoren.
Berusten in de sleur is een onmogelijkheid, soms overweeg ik gewoon dom te worden, te versimpelen. Net genoeg om te mee te draaien en ‘Thuis’ of ‘Familie’ te begrijpen en daarenboven een perfecte grasmat te onderhouden. Het leven als het slikken van hapklare feiten en dingen, ondergaan als de kat die de hele dag ligt te dromen van de vogel in de tuin.
Dan rest de opdracht om er meer van te maken, en het geluk wanneer het soms wonderbaarlijk slaagt. Al fikt het allemaal wat harder, het stinkt nog niet mateloos en de walm valt ook best mee. Met de nodige tragiek natuurlijk.

Donkere tijden breken aan

Warren Suicide (c) razziphoto

Warren Suicide (c) razziphoto

De laatste paar concerten deden me terugdenken aan de droppings uit mijn kindertijd. ’s Nachts met de zaklamp tussen de donkere bomen laveren, ons voelend als Livingstone, op weg naar het Bangweulu-meer in het Afrikaanse oerwoud.
Als fotograaf leef je van licht, een gegeven dat je zelf niet altijd onder controle hebt, en waarop je moet wachten, soms minutenlang, om dan uiteindelijk meedogenloos toe te slaan.
Het concert van Warren Suicide was een prelude van soberheid. De spots waren op vraag van de band ingesteld op eco-levels, er bewoog veel op verkeerde plekken en weinig op de juiste.
Op zo’n concert ga je niet voor de haarscherpe beelden (dat mag trouwens nooit het opzet zijn), maar voor de sfeer, voor het basic ’schrijven met licht’. En natuurlijk kan je dankbaar gebruik maken van de lichtvlekken van de lens, die als paddenstoelen verschijnen in een fractaals patroon.

Bilspleet

T.Raumschmiere (c) razziphoto

T.Raumschmiere (c) razziphoto

Eigenlijk een wonder dat Marco Haas (alias T.Raumschmiere) nog op zijn benen kon staan na 5 vaten Cristal Alken, maar een microfoonstandaard is qua steun als een boom bij een westerstorm. Het merendeel van toehoorders kwam uiteraard om Monster Truck Driver te horen, maar om de toon te zetten passeerde er eerst al wat (schoon) vrouwelijk volk.
“Een riem, een riem, mijn koninkrijk voor een riem”, dacht ik bij de momenten dat de spaarpot duidelijk om kleingeld vroeg, maar de verdoving bij T. was al ingezet.

Watching the detectives

The Pigeon Detectives (c) razziphoto

The Pigeon Detectives (c) razziphoto

Moe, hard gewerkt en boos op een onafhankelijk weekblad voor tv en radio, dat er weeral in geslaagd is een foto te publiceren zonder de credits van de fotograaf te vermelden (shame on you).
Maar dit wil ik jullie toch niet onthouden:
The Pigeon Detectives gisteren in MOD in de Stad H. Grrrrr.

The live cats

Confuse the Cat (c) razziphoto

Confuse the Cat (c) razziphoto

In de Stad H. daverden de dolle dubs drastisch door de darmaders. De oorzaak was de doortocht van de viervuldigheid van Confuse the Cat.
Veertien dagen na de albumrelease van Kericky, kwamen de heren hun boreling voorstellen. Opvallend veel fotografen, weinig licht (zoals meestal in de Muziekodroom Club) en een bij sommige momenten drassig geluid, maar toch weer een optreden als een najaarsstorm.
De nieuwe nummers waren zanger Geert Plessers, die als een waardige chef d’équipe over de planken rende, op het lijf geschreven, met op het einde nog een punky toegift.
Ook opvallend: die Dirk Thielemans kan nogal een keel opentrekken ;-) (zie de foto’s).

Ich bin ein Berliner

Johnny Berlin (c) razziphoto

Johnny Berlin (c) razziphoto

Tot voor kort was Johnny Berlin nog een tandeloze hot-dogverkoper uit Keerbergen, of een 60-jarige forelvisser uit Geraardsbergen, en misschien wel een charmezanger uit Lint die in zijn vrije tijd in tangaslip ronddwaalt langs duistere kroegen.
Tegenwoordig is Johnny Berlin het 5-koppig gezelschap uit fruitstad Sint-Truiden dat wist op te klimmen tot in de hoogste regionen van “de Afrekening” van Studio Brussel en tot nummer 1 in “Puur Belgisch” op JIMtv.

Gisteren in de Stad H. live en ook puur. Bovendien in een album, bewegend en alles erbij en als surplus nog op volledige schermgrootte als je op het knopje met de 4 pijltjes klikt. Wonderbaarlijk.

Werk in uitvoering

Werk In Uitvoering (c) razziphoto

Werk In Uitvoering (c) razziphoto

Op de trein, daar luister je mee, tegen wil en dank. Je kan het enkel ontlopen door het volume van de mp3-speler meedogenloos op te drijven, of erg diep in je boek te verzinken, maar meestal vang je het toch op.
Vandaag hoorde ik het verhaal tussen twee vrouwen, ik noem hen Mia en Véronique.
Mia was de dag ervoor met haar ziek zoontje halsoverkop naar de dokter moeten gaan. De hele nacht had het kereltje als een blaffend hondje liggen hoesten in bed, hij had koorts en als surplus was hij, om het helemaal af te maken, nog eens lekker beginnen overgeven.
’s Morgens was Mia meteen met het zieke kotertje naar de huisdokter gerept. Overgeven, koorts en een serieuze kuch dat was niet gelachen. Of toch wel, want toen de man vroeg wat hem nu het meest hinderde had het pientere ventje, na eens goed nadenken, gerepliceerd met ‘mijn zus’.

The Watching Machine

(c) Biel Capllonch

(c) Biel Capllonch

Geposeerde, geënsceneerde foto’s, het blijft een kunst apart. Een ongelooflijk aantal fotografen denken dat ze het kunnen, maar slechts enkelen slagen erin te boeien. Biel Capllonch is een van de uitzonderingen.
Het is een genre waar je nogal vlug afglijdt in clichés, in flauwigheden en in gewoon snobisme, maar Barcelonees Capllonch grijpt me om de een of andere reden wel bij de keel. Niet al zijn foto’s, maar toch opvallend veel. Ze zetten je aan het denken, je merkt de kleine, subtiele details, en dikwijls zit er toch weer dat extra verrassend element in. Alles blijft ook bijzonder esthetisch zonder dat je meteen aan glimmende auto’s moet denken.
Een fijn fotograaf, spijtig genoeg nog erg onbekend, maar hou hem toch maar in het oog.

Wattman

Mike Watt (c) razziphoto.com

Mike Watt (c) razziphoto.com

Ik herinner het me nog levendig: 1991 in de AB in Brussel, een van mijn eerste interviews voor Gonzo Circus. Het was net voor het optreden van fIREHOSE, zijn toenmalige band en hoera, ik mocht hem een half uurtje spreken (ondertussen was het voorprogramma – Mercury Rev, toen nog totaal onbekend – bezig, dedju toch). Achteraf bleek trouwens de tape totaal onbruikbaar dus heb ik het gesprek maar wat aangedikt en 2 bladzijden volgeluld.

 

Mike Watt, een van mijn grote idolen. Ik was eigenlijk wilder van zijn vorige band, the Minutemen (echt wel legendarisch goed, luister zeker ooit naar Double Nickels on the Dime), maar fIREHOSE was een aanvaardbaar compromis. (De legende wil trouwens, dat Watt als 13-jarige door het park wandelde en D Boon (zanger/gitarist) letterlijk uit een boom viel en dat zo de band ontstond. Er zijn erger manieren om een groep te beginnen.)
Maar ja, die Mike Watt dus, speelde trouwens samen met Sonic Youth, Henry Rollins, Eddie Vedder, Nirvana, Beastie Boys … enfin, geen klein grut , die speelde in 2005 met de band ‘the Secondman’ in de stad H. En ik drukte op de knop van het toestelletje, en hierzo de kiekjes.
Uit de oude doos, voor jou, speciaal voor jou.
De eerste foto kan je trouwens ook op de site van de man vinden.