Filter

Vuil en mooi

De waakzame internaut had ze mogelijkerwijs al gespot op de flickr site van de muziekodroom: de foto’s van afgelopen zondag van The Dirty Pretty Things, een zootje ongeregeld ontstaan uit de assen van The Libertines.
De avond dat u en ik een korte poolwinter meemaakten en een sneeuwtapijt van 5 cm meteen heel het land op zijn kop zette, betekende dat heel wat mensen het trotseren van de bergtoppen van ‘de stad H’ aan waaghalzen overliet. Driekwart van de verkochte tickets bleef thuis als een klein geschenk tot aandenken voor het gemis aan winterbanden, dus werd het concert een intiem gebeuren voor enkel de grootste fans.
Voor de performance goed en wel begonnen was werd trouwens al een jonge bewonderaarster, op Pete Doherty-wijze dronken als een dragonder uit de toiletten geplukt om met de ziekenauto (stellig mét winterbanden) afgevoerd te worden richting reutelende maagpomp.
Het concert zelf was wat je van de band kan verwachten – stevig als de kuif van Tante Sidonia na vier dosissen spuitbeton.

Kijk ook eens naar de andere fotos, waar de aandachtige kijker op de achtergrond een zwevende Anthony Rossomando opmerkt.

I’m from Hasselt

I’m gonna sing this song with all of my friends
and we’re I’m from Barcelona
Love is a feeling that we don’t understand
but we’re gonna give it to ya

Een wilde baard met blokhuthemdje, een madam met foute bril, een hoop volk, papiersnippers, rode ballonnen, tatata tatatataaa, tatataaa from Barcelona… allesaanmekaarschrijven.

Tragiek

Eigenlijk is het meelijwekkend – of het is de sleur zelf, of wordt het ontsnappen eraan, maar tragisch is het zeker.
Ons leven is het opbranden van alle bruikbare dingen die we opbouwden of kregen, geleidelijk, het hooi sparend of snel, waar het besef dat er nog zoveel te doen valt een missie wordt. Alle groezeligheden die op het einde nog overblijven gaan met kist en al de oven in, of linea recta naar de hel via de sluis voor de vuile was. Want branden zullen we. Tot alles verdwijnt, tot er een klein hoopje overschiet waarvan de nuttigheid hooguit een plant of boom kan bekoren.
Berusten in de sleur is een onmogelijkheid, soms overweeg ik gewoon dom te worden, te versimpelen. Net genoeg om te mee te draaien en ‘Thuis’ of ‘Familie’ te begrijpen en daarenboven een perfecte grasmat te onderhouden. Het leven als het slikken van hapklare feiten en dingen, ondergaan als de kat die de hele dag ligt te dromen van de vogel in de tuin.
Dan rest de opdracht om er meer van te maken, en het geluk wanneer het soms wonderbaarlijk slaagt. Al fikt het allemaal wat harder, het stinkt nog niet mateloos en de walm valt ook best mee. Met de nodige tragiek natuurlijk.

Donkere tijden breken aan

De laatste paar concerten deden me terugdenken aan de droppings uit mijn kindertijd. ‘s Nachts met de zaklamp tussen de donkere bomen laveren, ons voelend als Livingstone, op weg naar het Bangweulu-meer in het Afrikaanse oerwoud.
Als fotograaf leef je van licht, een gegeven dat je zelf niet altijd onder controle hebt, en waarop je moet wachten, soms minutenlang, om dan uiteindelijk meedogenloos toe te slaan.
Het concert van Warren Suicide was een prelude van soberheid. De spots waren op vraag van de band ingesteld op eco-levels, er bewoog veel op verkeerde plekken en weinig op de juiste.
Op zo’n concert ga je niet voor de haarscherpe beelden (dat mag trouwens nooit het opzet zijn), maar voor de sfeer, voor het basic ‘schrijven met licht’. En natuurlijk kan je dankbaar gebruik maken van de lichtvlekken van de lens, die als paddenstoelen verschijnen in een fractaals patroon.

Bilspleet

Eigenlijk een wonder dat Marco Haas (alias T.Raumschmiere) nog op zijn benen kon staan na 5 vaten Cristal Alken, maar een microfoonstandaard is qua steun als een boom bij een westerstorm. Het merendeel van toehoorders kwam uiteraard om Monster Truck Driver te horen, maar om de toon te zetten passeerde er eerst al wat (schoon) vrouwelijk volk.
“Een riem, een riem, mijn koninkrijk voor een riem”, dacht ik bij de momenten dat de spaarpot duidelijk om kleingeld vroeg, maar de verdoving bij T. was al ingezet.

Watching the detectives

Moe, hard gewerkt en boos op een onafhankelijk weekblad voor tv en radio, dat er weeral in geslaagd is een foto te publiceren zonder de credits van de fotograaf te vermelden (shame on you).
Maar dit wil ik jullie toch niet onthouden:
The Pigeon Detectives gisteren in MOD in de Stad H. Grrrrr.

The live cats

In de Stad H. daverden de dolle dubs drastisch door de darmaders. De oorzaak was de doortocht van de viervuldigheid van Confuse the Cat.
Veertien dagen na de albumrelease van Kericky, kwamen de heren hun boreling voorstellen. Opvallend veel fotografen, weinig licht (zoals meestal in de Muziekodroom Club) en een bij sommige momenten drassig geluid, maar toch weer een optreden als een najaarsstorm.
De nieuwe nummers waren zanger Geert Plessers, die als een waardige chef d’équipe over de planken rende, op het lijf geschreven, met op het einde nog een punky toegift.
Ook opvallend: die Dirk Thielemans kan nogal een keel opentrekken ;-) (zie de foto’s).

Ich bin ein Berliner

Tot voor kort was Johnny Berlin nog een tandeloze hot-dogverkoper uit Keerbergen, of een 60-jarige forelvisser uit Geraardsbergen, en misschien wel een charmezanger uit Lint die in zijn vrije tijd in tangaslip ronddwaalt langs duistere kroegen.
Tegenwoordig is Johnny Berlin het 5-koppig gezelschap uit fruitstad Sint-Truiden dat wist op te klimmen tot in de hoogste regionen van “de Afrekening” van Studio Brussel en tot nummer 1 in “Puur Belgisch” op JIMtv.

Gisteren in de Stad H. live en ook puur. Bovendien in een album, bewegend en alles erbij en als surplus nog op volledige schermgrootte als je op het knopje met de 4 pijltjes klikt. Wonderbaarlijk.

“De waarheid verblindt, evenals het licht. De leugen daarentegen is een fraaie avondschemer die elk voorwerp goed doet uitkomen.”
–Albert Camus

Werk in uitvoering

Op de trein, daar luister je mee, tegen wil en dank. Je kan het enkel ontlopen door het volume van de mp3-speler meedogenloos op te drijven, of erg diep in je boek te verzinken, maar meestal vang je het toch op.
Vandaag hoorde ik het verhaal tussen twee vrouwen, ik noem hen Mia en Véronique.
Mia was de dag ervoor met haar ziek zoontje halsoverkop naar de dokter moeten gaan. De hele nacht had het kereltje als een blaffend hondje liggen hoesten in bed, hij had koorts en als surplus was hij, om het helemaal af te maken, nog eens lekker beginnen overgeven.
‘s Morgens was Mia meteen met het zieke kotertje naar de huisdokter gerept. Overgeven, koorts en een serieuze kuch dat was niet gelachen. Of toch wel, want toen de man vroeg wat hem nu het meest hinderde had het pientere ventje, na eens goed nadenken, gerepliceerd met ‘mijn zus’.

De allerlaatste show

Het is deze week ‘de Week van de Taal’ en bij De Laatste Show hebben ze, omdat hij zo goed kan ar-ti-cu-le-ren, dan ook Mark Uytterhoeven nog eens van zijn Frans akker gerukt.
Ik had Guy Mortier eerst niet herkend zonder mijter en staf, maar Uytterhoeven leek nog steeds hetzelfde type ‘golfke’ te dragen dan wat hij droeg ten tijde van ‘Morgen Maandag’. Het zou dus vooruit gaan en weer lachen en gieren zijn met deze 2 guiten – NOT!
Het zal wel weer aan mij liggen maar gisteren vond ik D.L.S. een verschrikkelijk irritant en gemeen lotgeval.
Ik zag een erg zenuwachtige ‘Designer van het jaar’ Stefan Schöning, iemand die best wel wat te vertellen leek te hebben, een op het eerste zicht oprecht man die niet voor niets zijn titel mocht dragen, opdrogen tot een fait divers.
Onze plaatselijke Waldorf en Statler gingen voor de show en toen ‘het golfke’ zich plomp op de designerstoel van Schöning liet ploffen zag ik plots het nakende gevaar van een toenemende vergrijzing. Toen daarna de woorden ‘kunst’, ‘vogelkooi’ en ‘gloeilampen’ bovengehaald werden vreesde ik al het ergste voor de Designer, maar het bleef bij een voorspelbare sexuele toespeling.
Daarna mocht Paul Baeten Gronda zijn debuutroman ‘Nemen wij dan samen afscheid van de liefde’ voorstellen (nota aan mezelf: dringend eens kopen), maar die werd door de makkertjes meteen monddood gemaakt mits een domme schrijffout die via een mug in de drukmachines zijn boek was ingeslopen.
Versta me niet verkeerd. Ik heb al die jaren genoten van de 2 lolbroeken, ze hebben me meermaals doen lachen, ze hebben tv-maken een nieuwe richting gegeven, een generatie nieuwe creatievelingen aangewakkerd. Maar gisteren leek het allemaal ver weg. Misschien was het altijd zo, en zijn de tijden veranderd. Wie zal het zeggen?

Weeral spijtig dat ik keek naar zulke onzin, ik moet het helaas veel te veel zeggen de laatste tijd.

Wattman

Ik herinner het me nog levendig: 1991 in de AB in Brussel, een van mijn eerste interviews voor Gonzo Circus. Het was net voor het optreden van fIREHOSE, zijn toenmalige band en hoera, ik mocht hem een half uurtje spreken (ondertussen was het voorprogramma – Mercury Rev, toen nog totaal onbekend – bezig, dedju toch). Achteraf bleek trouwens de tape totaal onbruikbaar dus heb ik het gesprek maar wat aangedikt en 2 bladzijden volgeluld.

Mike Watt, een van mijn grote idolen. Ik was eigenlijk wilder van zijn vorige band, the Minutemen (echt wel legendarisch goed, luister zeker ooit naar Double Nickels on the Dime), maar fIREHOSE was een aanvaardbaar compromis. (De legende wil trouwens, dat Watt als 13-jarige door het park wandelde en D Boon (zanger/gitarist) letterlijk uit een boom viel en dat zo de band ontstond. Er zijn erger manieren om een groep te beginnen.)
Maar ja, die Mike Watt dus, speelde trouwens samen met Sonic Youth, Henry Rollins, Eddie Vedder, Nirvana, Beastie Boys … enfin, geen klein grut , die speelde in 2005 met de band ‘the Secondman’ in de stad H. En ik drukte op de knop van het toestelletje, en hierzo de kiekjes.
Uit de oude doos, voor jou, speciaal voor jou.
De eerste foto kan je trouwens ook op de site van de man vinden.